Stamcelneusdruppels voor baby’s met hersenschade

Onderzoekers van het UMC Utrecht hebben groen licht gekregen voor een nieuwe studie naar stamceltherapie voor pasgeborenen met hersenschade. Dankzij een subsidie van in totaal 5 miljoen euro van Zorginstituut Nederland, ZonMw, de Hersenstichting en de Vrienden UMC Utrecht & Wilhelmina Kinderziekenhuis, kan de werkzaamheid van deze veelbelovende therapie nu worden getest. De studie, genaamd iSTOP-CP, wordt ook gesteund door het Maastricht UMC+, met wie het UMC Utrecht een langlopende samenwerking heeft op dit onderzoek.
Baby’s met een herseninfarct of met zuurstoftekort tijdens de bevalling kunnen ernstige schade aan hun hersenen oplopen. Deze schade kan leiden tot blijvende neurologische problemen, zoals cerebrale parese (CP), wat de motoriek en ontwikkeling van het kind negatief beïnvloedt. Helaas is er momenteel geen effectieve behandeling beschikbaar voor baby’s met hersenschade, waardoor zij vaak levenslang afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning.
Effectiviteit testen
Dankzij een eerdere subsidie van ZonMw ontwikkelden de onderzoeksgroepen van neurowetenschapper Cora Nijboer en kinderarts en hoogleraar Manon Benders van het UMC Utrecht een nieuwe therapie op basis van neusdruppels, met daarin zogeheten ‘mesenchymale stamcellen’, afkomstig van gezonde donoren. “Mesenchymale stamcellen staan erom bekend dat ze veel gunstige stoffen zoals groeifactoren uitscheiden”, legt Nijboer uit. “Ze kunnen helpen om ontstekingen te verminderen, wat cruciaal is voor het herstel van hersenweefsel. Daarnaast hebben de stamcellen regeneratieve eigenschappen, waardoor ze de aanmaak van nieuwe hersencellen stimuleren en zo bijdragen aan herstelprocessen in de hersenen.” Dit werd allereerst in Nijboer’s laboratorium aangetoond.
In de daaropvolgende veiligheidsstudie dienden de onderzoekers de stamcellen zonder bijwerkingen toe aan tien pasgeborenen met een herseninfarct. Hoewel dit onderzoek niet gericht was op de effectiviteit van de therapie, maar op de veiligheid, stemde de ontwikkeling van de tien behandelde kindjes positief. Dankzij deze nieuwe subsidie kunnen Benders en Nijboer de iSTOP-CP studie, die moet uitwijzen hoe effectief de stamceltherapie daadwerkelijk is, nu starten.
Stamcel of placebo
In totaal gaan de onderzoekers 162 baby’s die rondom de geboorte hersenschade oplopen in hun studie opnemen. Deze kinderen moeten nog geboren worden. “Binnen zeven dagen na de geboorte behandelen we de baby’s met stamcellen of een placebo”, aldus Manon Benders. “We evalueren de effectiviteit van de therapie aan de hand van hun motorische en cognitieve ontwikkeling op de leeftijd van 24 maanden.”
Als de nieuwe studie positieve resultaten oplevert, kan de stamceltherapie een grote impact hebben op de behandeling van hersenschade bij pasgeborenen. De resultaten worden samengenomen met een gezondheidseconomische impactanalyse die gemaakt wordt door onderzoeker Renske ten Ham, ook werkzaam in het UMC Utrecht. Op basis van al deze informatie wordt bepaald of de therapie een standaardbehandeling binnen de Nederlandse neonatale zorg wordt.
De iSTOP-CP-studie gaat in oktober 2025 van start.
Wat is het programma Veelbelovende Zorg?
Met het programma Veelbelovende Zorg stellen het Zorginstituut en ZonMw onderzoekers en zorgprofessionals in staat om nieuwe behandelmethoden en zorgconcepten te ontwikkelen en te testen. Het programma richt zich op het stimuleren van innovatie door het ontwikkelen van effectieve behandelmethoden die een positieve impact kunnen hebben op de gezondheid en kwaliteit van leven van patiënten. Bovendien bevordert Veelbelovende Zorg samenwerking tussen zorginstellingen, universiteiten en patiëntenorganisaties, zodat kennis en ervaringen kunnen worden uitgewisseld.
Door deze innovatieve zorgprojecten te financieren, draagt Veelbelovende Zorg bij aan de verbetering van de zorg voor patiënten in Nederland. Het biedt onderzoekers de kans om baanbrekende therapieën en behandelmethoden te ontwikkelen, wat kan leiden tot betere resultaten voor kwetsbare groepen, zoals pasgeborenen met ernstige aandoeningen.
Om dit veelbelovende onderzoek naar stamceltherapie voor baby’s met hersenschade mogelijk te maken, slaan het Zorginstituut, ZonMw en de Hersenstichting voor de eerste keer de handen ineen.

Utrecht Science Week: Boudewijn Visscher over de toekomst van wasbaar incontinentiemateriaal
In Nederland ontstaat jaarlijks ongeveer 85 miljoen kilo afval uit incontinentiemateriaal. Wasbare alternatieven kunnen deze afvalstroom verminderen, maar de overstap naar wasbaar materiaal is in de zorg nog niet vanzelfsprekend. Wat houdt die overstap tegen, en wat is nodig om wasbaar incontinentiemateriaal op grotere schaal toe te passen?

Utrecht Science Week: René van Westen over een kouder Nederland in een warmere wereld
De aarde warmt op, maar toch kan Nederland in de toekomst te maken krijgen met veel koudere winters. Dat klinkt tegenstrijdig. De verklaring ligt in de Atlantische Oceaancirculatie, een groot systeem van oceaanstromingen dat warmte en zout door de Atlantische Oceaan transporteert. Deze circulatie speelt een belangrijke rol in het milde klimaat dat we in Nederland gewend zijn.

Utrecht Science Week: Diergeneeskunde van de toekomst vraagt om nieuwe vormen van samenwerken
De diergeneeskunde verandert in hoog tempo. Nieuwe technologie en AI doen hun intrede, vraagstukken rond diergezondheid en dierenwelzijn worden complexer en de arbeidsmarkt staat onder druk. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan professionals die niet alleen beschikken over actuele vakkennis, maar zich gedurende hun hele loopbaan kunnen blijven ontwikkelen en samenwerken over disciplines heen.

Opening Utrecht Science Week met keynote door Juliette Legler over de verborgen invloed van milieuchemicaliën
Op vrijdag 25 september barst het jaarlijkse wetenschapsfestival ‘Utrecht Science Week’ weer los op het Utrecht Science Park. We zijn verheugd aan te kondigen dat dit jaar Prof. dr. ir. Juliette Legler de Utrecht Science Lezing zal verzorgen. Juliette Legler is hoogleraar Toxicologie aan de Universiteit Utrecht bij Diergeneeskunde en geeft leiding aan de ‘One Health Toxicology’ groep van het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS).