Utrecht Science Week: Diergeneeskunde van de toekomst vraagt om nieuwe vormen van samenwerken

Datum:
Visual DGK van de toekomst BasNiemans

De diergeneeskunde verandert in hoog tempo. Nieuwe technologie en AI doen hun intrede, vraagstukken rond diergezondheid en dierenwelzijn worden complexer en de arbeidsmarkt staat onder druk. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan professionals die niet alleen beschikken over actuele vakkennis, maar zich gedurende hun hele loopbaan kunnen blijven ontwikkelen en samenwerken over disciplines heen.

Diergeneeskunde van de toekomst vraagt om nieuwe vormen van samenwerken

De diergeneeskunde verandert in hoog tempo. Nieuwe technologie en AI doen hun intrede, vraagstukken rond diergezondheid en dierenwelzijn worden complexer en de arbeidsmarkt staat onder druk. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan professionals die niet alleen beschikken over actuele vakkennis, maar zich gedurende hun hele loopbaan kunnen blijven ontwikkelen en samenwerken over disciplines heen.

Hoe ziet de diergeneeskunde van de toekomst eruit? En wat betekent dat voor de professionals die daarvoor worden opgeleid? Tijdens de Utrecht Science Week gaan onderwijs, onderzoek en praktijk hierover met elkaar in gesprek tijdens de lunchdialoog Diergeneeskunde van de Toekomst. Het onderwijscontinuüm van MBO, HBO en WO wordt daarbij samengebracht met onder meer dierenartspraktijken, wildopvang en veterinaire technologiebedrijven.

Vooruitlopend op deze dialoog spreken we met Harold Bok, vicedecaan onderwijs van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, en Ronald Vlasblom, docent 13f2-HBO biotechnicus en docent-onderzoeker bij het lectoraat Innovative Testing in Health and Disease van de Hogeschool Utrecht. Zij vertellen over de ontwikkelingen binnen de diergeneeskunde, het belang van samenwerking tussen verschillende disciplines en wat nodig is om professionals voor te bereiden op de toekomst.

Wat speelt er op dit moment in de diergeneeskunde?

Harold: De diergeneeskunde verandert ontzettend snel. De zorg wordt complexer, nieuwe technologie en AI doen hun intrede en de samenleving stelt andere en hogere eisen aan diergezondheid, dierenwelzijn en kwaliteit van zorg. Tegelijkertijd staat de arbeidsmarkt behoorlijk onder druk. Voor mij betekent dat vooral dat we anders moeten gaan nadenken over hoe we professionals opleiden. We leiden studenten niet meer op voor een beroep dat vervolgens 30 jaar hetzelfde blijft. Je moet je gedurende je hele loopbaan kunnen blijven ontwikkelen. De vraag is dus niet alleen: wat moet een dierenarts of andere veterinaire professional bij afstuderen kunnen? Maar vooral ook: hoe zorgen we ervoor dat die zich daarna kan blijven ontwikkelen?

Waarom staat ‘de toekomst van de diergeneeskunde’ op het programma van de Utrecht Science Week?

Harold: Omdat die toekomst veel breder is dan alleen de dierenarts of de opleiding Diergeneeskunde. Vraagstukken rond diergezondheid, dierenwelzijn, technologie, duurzaamheid en volksgezondheid vragen steeds meer om samenwerking tussen verschillende disciplines. En juist hier in Utrecht hebben we enorm veel expertise bij elkaar. De interessante vraag is: benutten we die ook voldoende? De Utrecht Science Week is een mooie gelegenheid om even los te komen van onze bestaande opleidingen en structuren en samen te vragen: als we kijken naar de diergeneeskunde van 2030 en daarna, welke professionals hebben we dan nodig en hoe kunnen we die gezamenlijk opleiden?

Ronald: Omdat de toekomst van diergeneeskunde niet alleen een veterinair vraagstuk is, maar een multidisciplinair maatschappelijk thema. De Utrecht Science Week brengt wetenschap, onderwijs, technologie en praktijk samen. Precies de combinatie die nodig is om de transitie in de diergeneeskunde te versnellen. Daarnaast zien we dat het werkveld breed aangeeft dat de behoefte aan toekomstige professionals verder gaat dan alleen paraveterinairen of dierenartsen. Ook biotechnici, technici, wildopvang, landbouwhuisdiersector en veterinaire technologiebedrijven spelen een cruciale rol. De Utrecht Science Week is de perfecte plek om die werelden bij elkaar te brengen.

Wat drijft jullie persoonlijk om aan deze toekomst te bouwen?

Harold: Wat mij vooral drijft, is de overtuiging dat goed opleiden niet ophoudt bij het behalen van een diploma. We hebben in Utrecht een uitstekende opleiding Diergeneeskunde, maar eigenlijk begint na die zes jaar pas het grootste deel van je ontwikkeling als professional. Juist die eerste jaren na het afstuderen vind ik interessant. Hoe begeleiden we jonge professionals van startbekwaamheid naar echte professionele zelfstandigheid? En hoe zorgen we ervoor dat zij zich ook daarna blijven ontwikkelen? Ik zou daarom veel meer willen denken in één opleidingscontinuüm: van initiële opleiding naar leren op de werkplek, postacademische ontwikkeling en uiteindelijk een leven lang leren. En steeds vaker ook samen met andere beroepsgroepen.

Ronald: Mijn drijfveer komt voort uit het werken met (aankomende) professionals. Wat ik daarbij steeds duidelijker zie, is dat aanpalende expertisegebieden elkaar meer en meer versterken in de dagelijkse beroepstaken. De grenzen tussen biotechniek, diergeneeskunde, dierenwelzijn en veterinaire technologie vervagen. Professionals werken aan vergelijkbare vraagstukken, maar kennen elkaars expertise nog onvoldoende. Daardoor blijft veel potentieel onbenut. Er valt enorm veel van elkaar te leren: biotechnici brengen precisie, datavaardigheid en laboratoriumexpertise, paraveterinairen praktijkkennis, dierobservatie en zorgcontinuïteit en dierenartsen klinische besluitvorming en verantwoordelijkheid. Samen vormen ze een krachtig geheel, maar dat vraagt wel om betere verbindingen tussen opleidingen en werkvelden. Ik voel een verantwoordelijkheid om die samenwerkingen mogelijk te maken. Door onderwijs, praktijk en onderzoek beter te verbinden en door samen te werken aan een toekomst waarin professionals elkaar versterken.

Wat kunnen de verschillende opleidingen van elkaar en met de praktijk leren?

Harold: Heel veel. We denken nog vaak vanuit afzonderlijke opleidingen. Wat moeten dierenartsen, paraveterinairen en biotechnici in de praktijk kunnen? Maar misschien moeten we de vraag vaker omdraaien: voor welke opgaven staan we samen aan de lat en welke expertises hebben we daarvoor nodig? Dan wordt het vanzelf logischer om ook samen te leren. Studenten en professionals uit MBO, HBO en WO kunnen veel meer met elkaar en van elkaar leren, juist rond vraagstukken uit de praktijk. En die praktijk is daarbij cruciaal. Onderwijs en onderzoek brengen nieuwe kennis en innovatie naar de praktijk. En de praktijk houdt de opleidingen scherp op wat professionals in die praktijk daadwerkelijk nodig hebben. Deze wisselwerking zou ik veel sterker willen maken.

Ronald: We kunnen vooral leren dat het onderwijscontinuüm MBO, HBO en WO een gezamenlijke leerlijn moet zijn. MBO-opleidingen zijn sterk in praktijkgericht opleiden, HBO in technologie, biotechniek en hybride leeromgevingen en WO in verdieping, onderzoek en klinische expertise. Als we deze krachten bundelen, ontstaat een doorlopend traject waarin professionals flexibel kunnen instromen, doorleren en omscholen. In dat proces kan de praktijk ons helpen scherp te blijven op wat er nu nodig is: nieuwe rolprofielen, aanvullende handelingen, technologievaardigheid en samenwerking in multidisciplinaire teams.

Wat moet de dialoog voor jullie opleveren?

Harold: Ik hoop dat wij na afloop een beter gezamenlijk beeld hebben van de richting waarin de diergeneeskunde zich beweegt en wat dat betekent voor opleidingen en professionals. En dat wij daarbij grenzen doorbreken: tussen MBO, HBO en WO, tussen verschillende beroepsgroepen en tussen onderwijs en praktijk. Maar ik hoop vooral dat het niet bij praten blijft. Het zou mooi zijn als er één of twee concrete ideeën uit voort komen die we hier in Utrecht gewoon gaan uitproberen. Dan is de lunchdialoog niet alleen een gesprek over de toekomst, maar ook een eerste stap om die toekomst concreet vorm te geven.

Ronald: Het zou mooi zijn als de dialoog drie resultaten oplevert:

  • Een gedeeld beeld van wat het werkveld vraagt in de (nabije) toekomst.
  • Contouren van nieuwe competenties voor paraveterinairen, biotechnici en dierenartsen en van beelden hoe deze verschillende disciplines elkaar kunnen aanvullen.
  • De dialoog als startpunt voor het samen verder werken aan deze complexe uitdagingen.

Lunchdialoog Diergeneeskunde van de Toekomst

Tijdens de Utrecht Science Week vindt op maandag 28 september 2026 de lunchdialoog Diergeneeskunde van de Toekomst plaats. De bijeenkomst brengt professionals en opleiders uit MBO, HBO en WO samen met onder meer dierenartspraktijken, wildopvang en veterinaire technologiebedrijven.

Tijd: 12.00–14.00 uur
Locatie: Stichting Utrecht Science Park, Heidelberglaan 11, Utrecht
Taal: Nederlands
Entree: gratis, aanmelden verplicht
Aantal plaatsen: 25 deelnemers

Meer informatie en aanmelden via het programma van de Utrecht Science Week.