Utrecht Science Week: Boudewijn Visscher over de toekomst van wasbaar incontinentiemateriaal

Datum:
Boudewijn-Visscher-003-vierkant

In Nederland ontstaat jaarlijks ongeveer 85 miljoen kilo afval uit incontinentiemateriaal. Wasbare alternatieven kunnen deze afvalstroom verminderen, maar de overstap naar wasbaar materiaal is in de zorg nog niet vanzelfsprekend. Wat houdt die overstap tegen, en wat is nodig om wasbaar incontinentiemateriaal op grotere schaal toe te passen?

Tijdens de Utrecht Science Week vertelt Boudewijn Visscher, hoofddocent en senioronderzoeker Duurzame Zorg aan de Hogeschool Utrecht, over de kansen en uitdagingen. Vanuit het onderzoeksproject WIN-Z wordt onderzocht hoe wasbare incontinentiematerialen veilig, betaalbaar en praktisch toepasbaar kunnen worden binnen de zorg.

Waarom zijn wegwerpincontinentiematerialen zo lang de norm gebleven in de zorg?

Wegwerpincontinentiematerialen zijn praktisch, relatief goedkoop en gemakkelijk in gebruik. Daardoor is er lange tijd weinig aanleiding geweest om naar alternatieven te zoeken. Wasbare incontinentiematerialen kunnen duurzamer zijn, maar worden nog maar beperkt toegepast in de langdurige zorg.

De overstap vraagt namelijk om veranderingen in het hele systeem. Denk aan wassen, logistiek, kosten, hygiëne, inkoop en werkprocessen. Ook de acceptatie door cliënten en zorgmedewerkers speelt een belangrijke rol. Met WIN-Z willen we daarom niet alleen naar het materiaal kijken, maar naar de volledige keten. Het doel is om duurzaamheid, financiële haalbaarheid, logistiek, werkbaarheid en waardigheid van cliënten met elkaar te verbinden.

Zijn er innovaties die wasbaar tot de nieuwe norm kunnen maken?

Er zijn inmiddels verschillende wasbare materialen ontwikkeld en in kleine pilots getest. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het materiaal, maar ook naar de manier waarop het gewassen en opnieuw ingezet kan worden.

De uitdaging is om tot een geïntegreerd systeem te komen dat daadwerkelijk past binnen de dagelijkse zorg. Met WIN-Z willen we daarom een aanpak ontwikkelen die niet alleen in een pilot werkt, maar ook op grotere schaal toepasbaar is. Uiteindelijk moet er een bewezen aanpak liggen waarmee zorginstellingen in heel Nederland aan de slag kunnen.

Is hergebruik van incontinentiemateriaal wel veilig?

Veiligheid staat uiteraard voorop. Daarom werken we samen met verschillende partijen, waaronder wasserijen, producenten van wasmiddelen en experts op het gebied van hygiëne. Samen kijken we welke maatregelen en testen nodig zijn om de kwaliteit en hygiëne van het materiaal te waarborgen.

Het gaat dus niet alleen om de vraag of een materiaal technisch wasbaar is, maar vooral om de vraag hoe je een veilig en betrouwbaar systeem rondom hergebruik organiseert.

Is wasbaar incontinentiemateriaal niet veel duurder?

Op het eerste gezicht lijkt wasbaar materiaal duurder. De aanschafprijs per stuk ligt hoger dan bij wegwerpmateriaal. Maar als je naar de totale kosten over een langere periode kijkt, ontstaat een ander beeld.

Uit de eerste onderzoeken blijkt dat wasbaar materiaal per jaar goedkoper kan zijn dan wegwerpmateriaal. Daarbij moet je uiteraard alle kosten meenemen, zoals wassen, logistiek en personeel. Juist daarom onderzoekt WIN-Z het hele systeem en niet alleen de prijs van het materiaal zelf.

Is weggooien alles bij elkaar opgeteld niet toch duurzamer dan wassen?

In Nederland ontstaat jaarlijks naar schatting 85 miljoen kilo afval uit incontinentiematerialen. Dat materiaal wordt na één keer gebruiken doorgaans verbrand. Daarmee gaat niet alleen materiaal verloren, maar zijn ook grondstoffen, water en energie nodig en ontstaan CO₂-emissies.

Wasbare materialen kunnen een deel van deze afvalstroom voorkomen. Producenten die zich hiermee bezighouden kijken bovendien steeds nadrukkelijker naar het gebruik van duurzame materialen. De vraag is daarom niet simpelweg of wassen energie kost, maar hoe het volledige systeem – van productie en gebruik tot wassen en logistiek – zich verhoudt tot eenmalig gebruik.

Utrecht Science Week: WIN-Z – Wasbaar Incontinentiemateriaal als Nieuwe standaard richting Zero waste

Tijdens deze interactieve sessie staat de vraag centraal hoe wasbaar incontinentiemateriaal breder toepasbaar kan worden in de zorg. Verschillende partijen uit de keten delen hun ervaringen en dilemma’s, waaronder zorginstellingen, leveranciers, wasserijen, beleidsmakers en zorgverzekeraars.

De sessie bestaat uit korte presentaties en een open paneldiscussie. Jan Peter Niezink, manager innovatie bij ’s Heeren Loo, vertelt over ervaringen met wasbaar incontinentiemateriaal. Vervolgens wordt besproken wat er vanuit de hele keten nodig is om wasbaar materiaal breder toe te passen. Ook worden de ambities van de consortiumpartners verzameld, spreekt gedeputeerde Has Bakker van de Provincie Utrecht en vindt het officiële tekenmoment van het consortium plaats. De bijeenkomst wordt afgesloten met een borrel.