Organoïden wijzen op therapie voor agressieve, zeldzame eierstokkanker

Datum:
Maxima, organoids, microscoop

In het lab ontwikkelde 3D mini-tumoren hebben een mogelijke nieuwe behandeling voor een zeer zeldzame, agressieve vorm van eierstokkanker aangewezen. Onderzoekers van de Clevers groep e.t. kweekten de organoïden en testten deze op 153 werkzame stoffen uit bestaande medicijnen. Het onderzoek laat zien dat organoïden kunnen helpen bij het bepalen van behandelstrategieën voor deze en andere zeldzame vormen van kanker.

  • SCCOHT organoïden zijn voor het eerst in het lab gekweekt
  • Testen met organoïden wijzen methotrexaat aan als een effectieve en selectief kandidaat-medicijn voor behandeling van SCCOHT
  • Toekomstige onderzoeken en gesprekken zijn nodig om te bepalen of methotrexaat een standaardonderdeel van de therapie voor deze kinderen kan worden.

Kleincellig ovariumcarcinoom hypercalcemisch type (SCCOHT) is een zeer zeldzame vorm van kinderkanker die voorkomt bij meisjes en jonge vrouwen. Slechts enkele kinderen met SCCOHT zijn sinds de opening van het Prinses Máxima Centrum hiervoor behandeld. Er is op dit moment geen standaardbehandeling beschikbaar en de genezingskans is met 10 tot 20% laag. Onderzoek naar nieuwe, betere behandelingen is dan ook belangrijk, maar moeilijk omdat slechts zeer beperkt onderzoeksmateriaal beschikbaar is.

Op zoek naar een effectief medicijn

Onderzoekers uit de Clevers groep e.t. in het Prinses Máxima Centrum zijn erin geslaagd om SCCOHT-organoïden te kweken. Hierdoor konden zij het effect van 153 kinderoncologische medicijnen op de tumorcellen te testen. Uit de testen kwam methotrexaat als effectief en selectief medicijn naar voren.

Vandaag zijn de resultaten van het onderzoek onder leiding van prof. dr. Hans Clevers, voormalig onderzoekgroepsleider bij het Prinses Máxima Centrum en Oncode Investigator, gepubliceerd in Science Advances. Stichting Kinderen Kankervrij (KiKa), Oncode Institute en Oncode Accelerator maakten dit onderzoek mogelijk.

De SCCOHT organoïden zijn een goed voorbeeld van het type organoïden dat zal worden opgenomen in de Centrale Máxima Organoid Biobank (CMOB). Deze organoïden kunnen uiteindelijk worden opgevraagd door onderzoekers van zowel binnen als buiten het Máxima, waardoor het onderzoek naar kinderkanker wereldwijd zal toenemen en verbeteren.

Weerspiegeling

De onderzoekers gebruikten tumormateriaal van drie kinderen met SCCOHT om in het lab minitumoren te kweken. Dit tumormateriaal was afkomstig uit de biobank van het Máxima. Seok-Young Kim, promovendus in de Clevers groep e.t. en eerste auteur slaagde er samen met zijn collega’s in de organoïden te kweken. Hij vertelt: ‘We hebben acht verschillende organoïde-lijnen uit de acht in de biobank beschikbare tumor monsters kunnen kweken. Deze waren afkomstig van drie kinderen. Analyses tonen aan dat de gekweekte organoïden het oorspronkelijke tumorweefsel weerspiegelen, zowel op genetisch als transcriptie vlak.’

In de high-throughput screening faciliteit van het Máxima werden de organoïden vervolgens blootgesteld aan 153 verschillende werkzame stoffen uit medicijnen die al worden toegepast binnen de kinderoncologie. Kim: ‘We zagen dat methotrexaat het meest effectieve en selectieve medicijn was in de bibliotheek, zelfs in vergelijking met de medicijn die worden gebruikt om SCCOHT-patiënten te behandelen.’

Prof. dr. Hans Clevers, pionier op het gebied van organoïden: ‘Dit onderzoek laat zien dat organoïden kunnen helpen bij het bepalen van behandelstrategieën voor deze en andere zeldzame vormen van kanker.’

Toepassing in de kliniek

Op dit moment is er geen standaardbehandeling van SCCOHT beschikbaar. Het zeer kleine aantal patiënten, kinderen en jongvolwassenen, maakt het opzetten van klinische studies complex.

Dr. József Zsiros, kinderoncoloog in het Máxima en betrokken bij de studie: ‘De resultaten in het lab zijn zeer veel belovend. Samen met collega’s uit andere onderzoeksziekenhuizen ga ik de volgende stappen voor klinische toepassing bespreken om te bepalen of methotrexaat een standaardonderdeel van de therapie kan worden. Omdat methotrexaat al wordt gebruikt in de kinderoncologie en de overlevingskans van SCCOHT-patiënten laag is, zullen we bijvoorbeeld per kind bekijken of methotrexaat geschikt is. Op deze manier zouden we te weten komen of deze bevinding de overlevingskans van deze zeldzame, agressieve eierstokkanker kan vergroten.’

Utrecht Science Park Zomercafé: afscheid van directeur-bestuurder Jan Henk van der Velden

Op maandag 6 juli vond het Utrecht Science Park Zomercafé plaats bij Grand Café Living op het Utrecht Science Park. Deze editie stond in het teken van het afscheid van Jan Henk van der Velden als directeur-bestuurder van Stichting Utrecht Science Park, na negen jaar waarin hij een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling en positionering van het ecosysteem.

UMC Utrecht krijgt nieuwe hoofdentree en groen campuspark

De noordkant van het UMC Utrecht gaat de komende jaren op de schop. De gemeente Utrecht en het academisch ziekenhuis hebben plannen gepresenteerd voor een nieuwe hoofdentree, een centraal parkeergebouw en een groen ontvangstgebied dat de ziekenhuizen op het Utrecht Science Park beter met elkaar moet verbinden. De plannen zijn inmiddels naar de gemeenteraad gestuurd.

Petra Baarendse

Petra Baarendse vanaf 1 september nieuwe directeur-bestuurder Stichting Utrecht Science Park

Utrecht, 2 juli 2026 – Vanaf 1 september 2026 treedt Petra Baarendse aan als nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Utrecht Science Park. Zij volgt Jan Henk van der Velden op, die afscheid heeft genomen en een nieuwe rol gaat vervullen als directeur-bestuurder bij Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.

Opening Utrecht Science Week met keynote door Juliette Legler over de verborgen invloed van milieuchemicaliën

Op vrijdag 25 september barst het jaarlijkse wetenschapsfestival ‘Utrecht Science Week’ weer los op het Utrecht Science Park. We zijn verheugd aan te kondigen dat dit jaar Prof. dr. ir. Juliette Legler de Utrecht Science Lezing zal verzorgen. Juliette Legler is hoogleraar Toxicologie aan de Universiteit Utrecht bij Diergeneeskunde en geeft leiding aan de ‘One Health Toxicology’ groep van het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS).