UMC Utrecht ontvangt subsidie voor post-COVID onderzoek

Datum:
post covid, vrouw,

Na de eerste golf van de coronapandemie is het duidelijk geworden dat sommige mensen langdurige symptomen hebben, zelfs nadat ze hersteld zijn van de infectie. Deze symptomen worden vaak ‘post-COVID’ of ‘(long COVID-syndroom’ genoemd. Het is een aandoening die nog steeds veel vragen oproept, zowel bij patiënten als bij artsen. Daarom is er meer wetenschappelijk onderzoek nodig naar de oorzaken en behandelingen van post-COVID. Het UMC Utrecht is een van de instellingen die vier veelbelovende onderzoeksprojecten mag uitvoeren, dankzij extra financiering van het ministerie van VWS en ZonMw.

In Nederland zijn in totaal 21 nieuwe onderzoeken gestart, gericht op biomedisch en klinisch onderzoek naar post-COVID. De vier projecten van het UMC Utrecht maken deel uit van een breder subsidieprogramma van in totaal 16,4 miljoen euro, gericht op het verkrijgen van meer kennis over post-COVID. Dit onderzoek is van groot belang omdat het kan bijdragen aan betere behandelingen voor de duizenden mensen die dagelijks worstelen met de gevolgen van COVID-19. De gehonoreerde projecten worden uitgevoerd in samenwerking met andere onderzoeksinstellingen en patiëntenorganisaties, zodat de zorgen en behoeften van patiënten altijd centraal staan.

  • Herstel na inspanning: Hoe ontstaat extreme vermoeidheid?
    Een van de projecten, onder leiding van Fred Hartgens (Department of Sports Medicine), hoogleraar Klinische Sportgeneeskunde, richt zich specifiek op de symptomen die veel post-COVID-patiënten ervaren na fysieke inspanning, zoals extreme vermoeidheid en pijn. Dit wordt ‘post-exertionele malaise’ (PEM) genoemd. Het onderzoeksteam zal geavanceerde diagnostische methoden gebruiken, zoals hartslagvariabiliteit en zuurstofopname met behulp van nabij-infraroodspectroscopie, om beter te begrijpen hoe deze symptomen ontstaan ​​en de fysiologische processen erachter. Het doel is om patiënten te helpen hun energie beter te beheren, zodat ze veilig dagelijkse activiteiten kunnen hervatten.
  • Post-COVID en het immuunsysteem: wat gebeurt er precies?
    Leo Koenderman (Center for Translational Immunology), hoogleraar Experimentele Longziekten, richt zich op de ernstige vormen van post-COVID. Sommige patiënten kunnen vanwege de ernst van hun symptomen niet eens naar een ziekenhuis komen. Dit onderzoek richt zich op de rol van het immuunsysteem en de stofwisseling bij de ontwikkeling van post-COVID. Met behulp van mobiele diagnostische apparatuur wil het team symptomen van ernstige post-COVID en PEM identificeren. Dit kan uiteindelijk leiden tot de identificatie van objectieve ziektemarkers die artsen helpen bij het diagnosticeren en ontwikkelen van behandelingen.
  • Post-COVID bij kinderen: een onderbelicht probleem
    Post-COVID is niet alleen een probleem voor volwassenen; het kan ook kinderen treffen. Het onderzoek onder leiding van Niels Eijkelkamp (Center for Translational Immunology), hoogleraar Neuro-Immunologie van Pijn, richt zich op kinderen met post-COVID, een aandoening die vaak moeilijk te herkennen en te behandelen is. Er is nog weinig bekend over de biomedische oorzaken van post-COVID bij kinderen. Het onderzoeksteam gaat onder andere bloedmonsters analyseren om te zoeken naar tekenen van ontstekingen in de hersenen of veranderingen in het immuunsysteem. Het doel is om betere diagnostische hulpmiddelen en behandelingsopties te ontwikkelen, specifiek voor kinderen, die zich in een ander ontwikkelingsstadium bevinden dan volwassenen.
  • Nieuwe medicijnen voor post-COVID: Minocycline als mogelijke oplossing
    Een ander veelbelovend project, geleid door Janneke van de Wijgert (Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnszorg), hoogleraar Epidemiologie van Infectie- en Immuunziekten, zal onderzoeken of bestaande medicijnen die oorspronkelijk zijn ontwikkeld voor andere aandoeningen, kunnen helpen bij de behandeling van post-COVID-symptomen. Minocycline, een medicijn dat ontstekingen remt, wordt vergeleken met een placebo. Dit is onderdeel van een groter onderzoek naar ‘repurposed drugs’, medicijnen die zijn goedgekeurd voor andere aandoeningen, maar mogelijk ook effectief zijn bij de behandeling van post-COVID.

Met deze vier grote onderzoeksinitiatieven hoopt het UMC Utrecht bij te dragen aan de wetenschappelijke doorbraak die nodig is om post-COVID beter te begrijpen en effectief te behandelen.

Utrecht Science Park Zomercafé: afscheid van directeur-bestuurder Jan Henk van der Velden

Op maandag 6 juli vond het Utrecht Science Park Zomercafé plaats bij Grand Café Living op het Utrecht Science Park. Deze editie stond in het teken van het afscheid van Jan Henk van der Velden als directeur-bestuurder van Stichting Utrecht Science Park, na negen jaar waarin hij een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling en positionering van het ecosysteem.

UMC Utrecht krijgt nieuwe hoofdentree en groen campuspark

De noordkant van het UMC Utrecht gaat de komende jaren op de schop. De gemeente Utrecht en het academisch ziekenhuis hebben plannen gepresenteerd voor een nieuwe hoofdentree, een centraal parkeergebouw en een groen ontvangstgebied dat de ziekenhuizen op het Utrecht Science Park beter met elkaar moet verbinden. De plannen zijn inmiddels naar de gemeenteraad gestuurd.

Petra Baarendse

Petra Baarendse vanaf 1 september nieuwe directeur-bestuurder Stichting Utrecht Science Park

Utrecht, 2 juli 2026 – Vanaf 1 september 2026 treedt Petra Baarendse aan als nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Utrecht Science Park. Zij volgt Jan Henk van der Velden op, die afscheid heeft genomen en een nieuwe rol gaat vervullen als directeur-bestuurder bij Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.

Opening Utrecht Science Week met keynote door Juliette Legler over de verborgen invloed van milieuchemicaliën

Op vrijdag 25 september barst het jaarlijkse wetenschapsfestival ‘Utrecht Science Week’ weer los op het Utrecht Science Park. We zijn verheugd aan te kondigen dat dit jaar Prof. dr. ir. Juliette Legler de Utrecht Science Lezing zal verzorgen. Juliette Legler is hoogleraar Toxicologie aan de Universiteit Utrecht bij Diergeneeskunde en geeft leiding aan de ‘One Health Toxicology’ groep van het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS).