Eerste patiënten in UMC Utrecht behandeld met nieuwe techniek voor hartritmestoornissen

UMC Utrecht heeft samen met drie andere centra in Europa de eerste patiënten met ernstige hartritmestoornissen wereldwijd succesvol behandeld met het nieuwe ablatiesysteem van Abbott. Deze nieuwe techniek maakt gebruik van extreem korte elektrische pulsen in plaats van het verwarmen of bevriezen van hartweefsel. Voor patiënten met atriumfibrilleren is deze techniek veiliger, effectiever en sneller. Naar verwachting zal deze veelbelovende behandeling nu steeds vaker in Europa worden gebruikt voor patiënten met hartritmestoornissen.
Boezemfibrilleren is wereldwijd de meest voorkomende hartritmestoornis. Bij patiënten met boezemfibrilleren is de elektrische excitatie en geleiding in de atria van het hart verstoord. In het UMC Utrecht is samen met Abbott een nieuw ablatiesysteem (VoltTM PFA) ontwikkeld waarmee boezemfibrilleren operatief behandeld kan worden. Deze techniek bestaat uit een nieuw ontwikkelde ballonkatheter en maakt gebruik van korte elektrische pulsen (Pulsed Field Ablation). Hierbij schakelt de cardioloog het deel van het hart dat de ritmestoornis veroorzaakt uit. Dit gebeurt via een slangetje dat via een bloedvat in het hart wordt gebracht.
Veelbelovende nieuwe behandeltechniek
Het UMC Utrecht is een van de eerste ziekenhuizen in Europa die de nieuwe behandeltechniek toepast. In totaal zijn de eerste zestien patiënten met atriumfibrilleren in vier centra in Nederland, Oostenrijk, Duitsland en België inmiddels met deze techniek behandeld. “Het is een van de meest verrassende technieken in de elektrofysiologie, een echte game changer”, aldus Peter Loh , cardioloog-elektrofysioloog bij het UMC Utrecht. “De verwachting is dat deze veelbelovende behandeling nu steeds vaker in Europa wordt ingezet bij patiënten met atriumfibrilleren.”
Behandeling veiliger, effectiever en sneller
Wetenschappelijke studies tonen aan dat de behandeling veilig en effectief is voor patiënten met atriumfibrilleren. Peter Loh: “Omdat de elektrische puls ultrakort is, ontstaat er in principe geen hitte en ervaren patiënten daardoor weinig bijwerkingen. De behandeling is veilig en kan binnen een uur plaatsvinden. Dit is sneller dan de standaard ablatiebehandeling door verhitting van hartweefsel, wat doorgaans twee tot drie uur duurt. De kortere operatietijd stelt ons waarschijnlijk in staat om meer patiënten een behandeling aan te bieden.”
Waarschijnlijkheid van terugkeer van aritmie zal naar verwachting afnemen
Met de nieuwe behandeltechniek kunnen cardiologen de juiste plekken in het hart precies en effectief behandelen. Peter Loh: “We verwachten ook dat de resultaten op de lange termijn verbeteren met het nieuwe VoltTM PFA-ablatiesysteem. Na behandeling met de bestaande technieken ontwikkelt ongeveer dertig procent van de patiënten opnieuw boezemfibrilleren en moet vaak een tweede ablatie ondergaan. Met het nieuwe systeem dat gebruikmaakt van een ballonkatheter, wordt verwacht dat de kans op terugkeer van de hartritmestoornis afneemt, zo zal toekomstig onderzoek uitwijzen.”
Acht miljoen Europeanen
Naar schatting leven acht miljoen Europeanen van boven de 65 jaar momenteel met atriumfibrilleren. Naar verwachting zal dit aantal binnen 30 jaar verdubbelen. In Nederland hebben meer dan 400.000 mensen atriumfibrilleren. Daarnaast zijn er naar schatting 80.000 mensen met atriumfibrilleren die het niet weten omdat ze nooit een diagnose hebben gekregen. Atriumfibrilleren verhoogt het risico op een beroerte , hartfalen en overlijden.

Utrecht Science Week: René van Westen over een kouder Nederland in een warmere wereld
De aarde warmt op, maar toch kan Nederland in de toekomst te maken krijgen met veel koudere winters. Dat klinkt tegenstrijdig. De verklaring ligt in de Atlantische Oceaancirculatie, een groot systeem van oceaanstromingen dat warmte en zout door de Atlantische Oceaan transporteert. Deze circulatie speelt een belangrijke rol in het milde klimaat dat we in Nederland gewend zijn.

Utrecht Science Week: Diergeneeskunde van de toekomst vraagt om nieuwe vormen van samenwerken
De diergeneeskunde verandert in hoog tempo. Nieuwe technologie en AI doen hun intrede, vraagstukken rond diergezondheid en dierenwelzijn worden complexer en de arbeidsmarkt staat onder druk. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan professionals die niet alleen beschikken over actuele vakkennis, maar zich gedurende hun hele loopbaan kunnen blijven ontwikkelen en samenwerken over disciplines heen.

Interview met Michiel van der Stelt: Waterdialoog tijdens de Utrecht Science Week: duik in de toekomst van ons water
Water raakt alles: van onze gezondheid en natuur tot de inrichting van onze steden en economie. Maar hoe zorgen we ervoor dat ons watersysteem ook in de toekomst bestand is tegen klimaatverandering en andere uitdagingen?

Opening Utrecht Science Week met keynote door Juliette Legler over de verborgen invloed van milieuchemicaliën
Op vrijdag 25 september barst het jaarlijkse wetenschapsfestival ‘Utrecht Science Week’ weer los op het Utrecht Science Park. We zijn verheugd aan te kondigen dat dit jaar Prof. dr. ir. Juliette Legler de Utrecht Science Lezing zal verzorgen. Juliette Legler is hoogleraar Toxicologie aan de Universiteit Utrecht bij Diergeneeskunde en geeft leiding aan de ‘One Health Toxicology’ groep van het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS).