Externe evaluatie bevestigt sterke positie faculteit Diergeneeskunde

Datum:
Bas Niemand - heupimplantaat - diergeneeskunde

De faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht heeft een sterke en samenhangende onderzoeksbasis. Het onderzoek is internationaal zichtbaar en maatschappelijk relevant. Dat blijkt uit een recente evaluatie door een externe commissie. Het eindrapport biedt daarnaast handvatten om het onderzoek verder te versterken.

De evaluatie maakt deel uit van de landelijke onderzoeksbeoordeling volgens het Strategy Evaluation Protocol (SEP). In dit systeem beoordelen onafhankelijke commissies periodiek het onderzoek van Nederlandse universiteiten. In deze evaluatie werd het onderzoek van de faculteit over de periode 2018–2024 beoordeeld. De commissie spreekt over een vitaal en goed functionerende onderzoeksomgeving met sterke wetenschappelijke kwaliteit, duidelijke maatschappelijke relevantie en een stevige basis voor de toekomst.

De tweedaagse visitatie van de externe commissie vond plaats in november 2025 en volgde op een uitgebreide zelfevaluatie. De commissie keek naar onderzoekskwaliteit, maatschappelijke relevantie, toekomstbestendigheid, open science, academische cultuur, promovendibeleid en training en personeelsbeleid.

Sterk en samenhangend onderzoeksprofiel

Volgens de commissie beschikt de faculteit over een sterk en samenhangend onderzoeksportfolio. Het onderzoek is internationaal goed zichtbaar en wordt veel geciteerd. De commissie waardeert vooral de interdisciplinaire samenwerking binnen de thema’s One Health, One Medicine en Veterinary Biomedicine, waarin fundamenteel, klinisch en populatiegericht onderzoek samenkomen.

De commissie onderstreept daarnaast de unieke nationale positie van de faculteit als de enige plek in Nederland waar diergeneeskunde wordt gecombineerd met biomedisch en translationeel onderzoek. Daarmee speelt de faculteit een belangrijke rol in het verbinden van diergezondheid, volksgezondheid en bredere maatschappelijke vraagstukken binnen het One Health-domein. Ook de sterke inbedding in het Utrecht Science Park en de samenwerking met partners zoals het UMC Utrecht en het Prinses Máxima Centrum dragen bij aan de wetenschappelijke positie en maatschappelijke impact van het onderzoek.

De maatschappelijke impact blijkt ook uit concrete innovaties en bijdragen aan urgente vraagstukken die dier, mens en hun leefomgeving raken. Zo werken onderzoekers onder meer aan organoid-technologieën, waarbij mini-organen in het lab worden gekweekt, die bijdragen aan proefdiervrije innovaties. Ook werken onderzoekers aan klinische toepassingen, zoals 3D-geprinte implantaten. Tot slot maken zij hun kennis en expertise actief toegankelijk voor partners, professionals en een breed publiek, bijvoorbeeld rondom dierenwelzijn en via klinische richtlijnen voor de veterinaire praktijk.

Open science stevig verankerd

De commissie spreekt daarnaast waardering uit voor de inzet op open science: bijna alle wetenschappelijke publicaties van de faculteit zijn vrij toegankelijk beschikbaar. Ook de aandacht voor goed databeheer en FAIR-data-principes wordt positief beoordeeld.

De commissie omschrijft de academische cultuur als open en collegiaal, met duidelijke aandacht voor sociale veiligheid en voor de begeleiding en ontwikkeling van onderzoekers en promovendi.

“Het rapport laat zien waar onze kracht ligt en waar we verder kunnen groeien. De aanbevelingen sluiten goed aan bij de koers die we als faculteit al hebben ingezet.” – Celia Berkers

Ambitieus vooruitkijken

Naast de positieve beoordeling doet de commissie verschillende aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het onderzoek. Zo adviseert zij om de veterinaire identiteit van de faculteit zichtbaar te blijven positioneren binnen het bredere Life Sciences-domein. Juist de veterinaire en vergelijkende invalshoek maakt de faculteit een belangrijke partner in het internationale One Health-onderzoek. Daarnaast benadrukt de commissie het belang van het verder versterken van de betrokkenheid van stakeholders, zoals praktiserende dierenartsen en beleidsmakers.

De faculteit wil de komende jaren ook inzetten op verdere strategische samenwerking met partners zoals Wageningen University & Research, het RIVM en andere maatschappelijke organisaties, onder meer rond thema’s als zoönosen, voedselveiligheid en duurzame veehouderij.

De geplande nieuwbouw van de faculteit op het Utrecht Science Park speelt daarbij een belangrijke rol. De commissie ziet de nieuwe huisvesting als een cruciale katalysator voor de verdere profilering van diergeneeskundig onderzoek en voor het versterken van samenwerking tussen onderzoek, onderwijs en klinische zorg. Internationaal wil de faculteit haar rol verder versterken door actief bij te dragen aan Europese onderzoeksagenda’s en samenwerking binnen internationale samenwerkingsverbanden rond diergezondheid, volksgezondheid en One Health.

Volgens vice-decaan Celia Berkers biedt het rapport daarvoor een waardevolle basis: “Het rapport laat zien waar onze kracht ligt en waar we verder kunnen groeien. De aanbevelingen sluiten goed aan bij de koers die we als faculteit al hebben ingezet.” De faculteit kijkt daarbij nadrukkelijk naar de toekomst. In aansluiting op de One Health-benadering onderzoekt zij hoe onderzoek naar dier-, mens- en milieugezondheid nog sterker kan worden verbonden met mondiale vraagstukken rond duurzaamheid en planetary health.

De faculteit vertaalt de aanbevelingen de komende periode naar concrete acties.