Voeding om de hersenontwikkeling van te vroeg geboren kinderen een boost te geven

Te vroeg geboren kinderen hebben een grotere kans op een ontwikkelingsachterstand. Kan het geven van de juiste voeding ervoor zorgen dat deze kans op achterstand verminderd wordt? Els Janson, promovendus bij het Wilhelmina Kinderziekenhuis, onderzoekt hoe voedingsstoffen uit moedermelk de hersenontwikkeling na vroeggeboorte kunnen stimuleren.
Waar gaat je onderzoek over?
“Een op de tien kinderen wereldwijd wordt te vroeg geboren. De hersenen van deze kinderen zijn nog niet helemaal ‘af’ en moeten zich op de intensive care verder ontwikkelen, in plaats van in de veilige baarmoeder. Dit kan leiden tot hersenschade, en ontwikkelingsachterstand op latere leeftijd. Er zijn allerlei factoren die van invloed zijn op deze ontwikkeling. Mijn onderzoek gaat over de invloed van voeding. Met klinische studies op de afdeling Neonatologie en pre-klinische studies in het Developmental Origins of Disease Lab kijken we naar bepaalde stoffen in moedermelk die belangrijk blijken te zijn voor de hersenontwikkeling.”
Wat maakt moedermelk zo interessant om te onderzoeken?
“Moedermelk is de beste voeding voor iedere baby. Bij kinderen die veel te vroeg geboren zijn, maken alle kleine beetjes een groot verschil. Zo laten meerdere studies zien dat kinderen die volledig moedermelk krijgen een betere hersenontwikkeling hebben dan kinderen die alleen kunstvoeding krijgen. Wat moedermelk uniek maakt zijn de bio-actieve voedingsstoffen: een complexe verzameling aan onder andere vetzuren, stamcellen, suikers, en probiotica. Extra toediening van deze voedingsstoffen, bovenop de standaardvoeding van het kind, zou de ontwikkeling van het kind mogelijk kunnen ondersteunen.”
Welke voedingsstoffen bestudeer je precies?
“In een van onze studies ligt de focus op een combinatie van verschillende vetzuren, die je kan zien als bouwstenen voor hersenverbindingen. We verwachten dat het extra toedienen van deze combinatie van vetzuren ervoor zorgt dat de verbindingen in de hersenen beter kunnen ontwikkelen. Dat is vooral belangrijk op jonge leeftijd, want het maken van nieuwe hersenverbindingen gebeurt vooral in de eerste twee jaar. In onze studie geven ouders hun baby’s een supplement dat deze stoffen bevat of een placebo, bovenop de standaardvoeding. We volgen deze kinderen door de tijd heen en onderzoeken hoe ze zich ontwikkelen, zowel met een hersenscan als met mentale en motorische testen. Als het supplement inderdaad effect blijkt te hebben, is dat prachtig nieuws. Het nemen van supplementen is namelijk simpel, veilig, en zou mogelijk een groot verschil kunnen maken.
In een ander onderzoek ligt de focus op het tegengaan van ontstekingen. Te vroeg geboren baby’s krijgen vanaf hun geboorte vaak antibiotica toegediend, wat naast alle slechte bacteriën, ook de goede bacteriën in de darmen aantast. De bacteriën in de darmen zijn een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem. Een vermindering van goede bacteriën verhoogt de kans op neuroinflammatie, een ontsteking in het zenuwstelsel, die kan leiden tot hersenschade. In ons onderzoek geven we één groep baby’s een mix met probiotica en één groep een placebo, bovenop de standaardvoeding. We verwachten dat dit supplement ervoor kunnen zorgen dat het microbioom in de darmen gezond kan groeien, en daarmee ook het immuunsysteem en de hersenen. We zijn nu druk bezig met de analyses.”
Waarom is het belangrijk dat hier onderzoek naar wordt gedaan?
“Veel kinderen die te vroeg geboren zijn, hebben klachten op latere leeftijd. Ze presteren bijvoorbeeld minder goed op school en hebben meer moeite met vrienden maken. Als we op jonge leeftijd de hersenontwikkeling zo goed mogelijk ondersteunen, kunnen we deze klachten mogelijk verminderen. Het optimaliseren van voeding zou een makkelijke, veilige en mogelijke efficiënte manier kunnen zijn om dit te doen.”
Over Els Janson
Els Janson volgde de bachelor Psychologie en de master Cognitive Neuroscience aan de Universiteit van Leiden. Na een stage bij het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ, onderdeel van UMC Utrecht) kreeg ze de kans om een PhD te doen. Inmiddels is Els bijna aan het einde van haar promotietraject.