Interview Arjen Gerritsen – voorzitter Raad van Toezicht Stichting Utrecht Science Park

Arjen Gerritsen is sinds 2025 onafhankelijk voorzitter van de Raad van Toezicht van Stichting Utrecht Science Park. Met een loopbaan die zich uitstrekt van lokaal bestuurder tot zijn huidige rol als Commissaris van de Koning (CdK) van de Provincie Flevoland, brengt Arjen Gerritsen een brede bestuurlijke blik naar Utrecht Science Park. Wij spraken Arjen over zijn carrière, zijn link met Utrecht en de kansen en uitdagingen voor het Utrecht Science Park de komende jaren.
Arjen Gerritsen begon zijn carrière in Twente, waar hij na zijn studie fiscale economie aan de Hogeschool Enschede al op jonge leeftijd politiek actief werd. “In 1994 kwam ik in de gemeenteraad van Wierden en niet veel later werd ik daar wethouder,” vertelt Gerritsen. “Je begint heel lokaal, maar gaandeweg ontdek je hoe sterk alles met elkaar verbonden is.”
Die ontwikkeling zette zich snel door. In 2002 werd hij op 32-jarige leeftijd burgemeester van Haren, destijds de jongste burgemeester van Nederland. Daarna volgden burgemeesterschappen in De Bilt en Almelo, waar hij in 2017 werd genomineerd als Beste Lokale Bestuurder. Sinds 2023 is hij commissaris van de Koning in Flevoland.
“Als je terugkijkt, zie je dat je wereld steeds groter wordt,” zegt hij. “Je begint in een dorp, daarna een regio, en uiteindelijk kijk je naar Nederland als geheel. Maar de kern blijft hetzelfde: hoe organiseer je een samenleving zo goed mogelijk?”
Die vraag loopt als een rode draad door zijn werk en sluit naadloos aan op zijn betrokkenheid bij Utrecht Science Park. “Al vroeg in mijn carrière raakte ik gefascineerd door de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Wat we nu de ‘triple helix’ noemen. Als burgemeester zit je daar middenin en zie je hoe bepalend die samenwerking is.”
Tijdens zijn periode als burgemeester van De Bilt werd die fascinatie concreet. In de regio speelden belangrijke ontwikkelingen rondom het RIVM, het KNMI en het Nederlands Vaccin Instituut, terwijl tegelijkertijd nieuwe zorg- en onderzoeksinitiatieven ontstonden.
“We stonden voor een strategische vraag,” legt hij uit. “Hoe zorgen we dat we als regio aangesloten blijven op de groei van Utrecht Science Park? Het vertrek en de veranderingen van grote instituten hadden impact, maar boden ook kansen.”
De oplossing lag in het versterken van verbindingen. “We hebben toen het idee van een ‘Life Sciences-as’ richting Bilthoven geïntroduceerd. Dat was deels visie, deels positionering. Je geeft een ontwikkeling als het ware een duwtje en een verhaal. En dat sloeg aan.”
In de jaren daarna groeide die gedachte uit tot een breder netwerk, met ook locaties in Bilthoven en Zeist als onderdeel van het ecosysteem. “Het is mooi om te zien hoe iets wat ooit een idee was, zich ontwikkelt tot een concrete structuur. Dat laat zien wat samenwerking en lange termijn denken kunnen doen.”
In zijn huidige rol als voorzitter van de Raad van Toezicht van Stichting Utrecht Science Park kiest Gerritsen bewust voor een andere positie. “De inhoud ligt bij de partners op het terrein: de universiteit, de hogeschool, het UMC, bedrijven en andere instellingen. Mijn rol is om te zorgen dat samenwerking goed verloopt, dat belangen in balans zijn en dat partijen elkaar blijven vinden.”
Die verbindende rol sluit aan bij wat hij in zijn hele carrière heeft geleerd. “We moeten af van het denken in grenzen. Gemeente- en provinciegrenzen zijn bestuurlijke afspraken, maar voor mensen en bedrijven bestaan die niet. Studenten, onderzoekers en ondernemers bewegen zich waar kansen zijn.”
Volgens Gerritsen vraagt dat om een andere manier van kijken, zeker in Nederland. “Als je uitzoomt, is Nederland eigenlijk één grote campus. Begrenzingen van gemeenten en provincies zijn slechts stippellijnen op de kaart. Mensen wonen hier, studeren daar en werken weer ergens anders. Alles is met elkaar verbonden. Dat besef moet veel sterker leidend worden in beleid en samenwerking. Ik denk dat het van heel groot belang is dat met name de overheden dat leren inzien. We kunnen veel meer in de systemen van mensen leren denken, dan in de begrenzingen van onze eigen territoria.”
Die bredere blik ziet hij ook terug in zijn huidige werk in Flevoland. “Toen ik daar begon, dacht ik nog vrij traditioneel over de regio. Maar je ziet daar nu dezelfde dynamiek ontstaan als eerder rond Utrecht: groei, nieuwe samenwerkingen en een steeds sterkere verbinding tussen onderwijs, onderzoek en bedrijvigheid.”
Voor Utrecht Science Park ziet hij een sterke uitgangspositie. “De combinatie van medisch onderzoek, technologische innovatie en talent maakt het een unieke plek. De centrale ligging en bereikbaarheid maken het bovendien aantrekkelijk voor bedrijven en instellingen.”
De combinatie van medisch onderzoek, technologische innovatie en talent maakt het een unieke plek.
Tegelijkertijd waarschuwt hij voor toenemende concurrentie. “Steeds meer plekken profileren zich als science park, in Nederland en internationaal. Dan moet je blijven investeren in je onderscheidend vermogen en duidelijk maken waar je kracht ligt.”
Een belangrijke uitdaging is ruimte. “Het gebied groeit, maar heeft ook zoals elk gebied fysieke beperkingen. Dat vraagt om slimme oplossingen: verdichten, samenwerken met andere locaties en strategische keuzes maken over wat waar gebeurt.”
Daarbij speelt ook de leefbaarheid een rol. “Een science park dat alleen overdag functioneert, benut zijn potentieel niet volledig. Meer woonruimte zorgt voor levendigheid, voorzieningen en een sterkere community. Uiteindelijk wil je toe naar een gebied waar mensen niet alleen werken en studeren, maar ook leven.”
Ook bereikbaarheid blijft een aandachtspunt. “Er is veel geïnvesteerd, bijvoorbeeld in de tram, maar de druk neemt toe. Als je groei wilt blijven faciliteren, moet mobiliteit mee ontwikkelen en duurzaam schaalbaar zijn.”
Daarnaast benadrukt Gerritsen het belang van het vasthouden van economische groei in Nederland. “We zijn goed in het starten van bedrijven, maar minder in het laten doorgroeien ervan. Als succesvolle bedrijven vertrekken, verliezen we waarde. We moeten zorgen dat we die groei hier kunnen accommoderen.”
Als succesvolle bedrijven vertrekken, verliezen we waarde. We moeten zorgen dat we die groei hier kunnen accommoderen.
Dat vraagt om sterke randvoorwaarden, van financiering en fiscaliteit tot talentontwikkeling en ruimte. “Het hele ecosysteem moet kloppen om bedrijven te laten groeien én blijven. Dat komt natuurlijk ook goed naar voren in het recente rapport van Peter Wennink.”
Op nationaal niveau ziet hij ook een belangrijke opgave. “We moeten minder denken in concurrentie tussen regio’s en meer in samenwerking. Wat in Eindhoven gebeurt, heeft effect op Utrecht en andersom. Nederland is klein, alles hangt met elkaar samen.”
Die noodzaak wordt versterkt door internationale ontwikkelingen. “Geopolitiek, energietransitie, grondstoffen, het heeft allemaal invloed op hoe wij ons als land moeten positioneren. Dat vraagt om investeringen in kennis, innovatie en zelfstandigheid.”
Tot slot benadrukt hij het belang van lange termijn denken. “Alles wat je vandaag ontwikkelt, heeft impact voor de komende decennia. Dat betekent soms lastige keuzes maken, maar stilstand is geen optie. Als je niet groeit, ga je achteruit.”
Voor Gerritsen voelt zijn rol bij Utrecht Science Park dan ook als een logische stap. “Het brengt alles samen waar ik mijn hele carrière mee bezig ben geweest: samenwerking, ontwikkeling en maatschappelijke impact. En het mooie is dat je ziet hoe ideeën van vroeger blijven doorwerken. Dat maakt het persoonlijk ook bijzonder om hieraan bij te dragen.”
Functies Arjen Gerritsen
| 1994–2002 | Gemeenteraadslid van Wierden | |
|---|---|---|
| 1994–1998 | Fractievoorzitter van VVD Wierden | |
| 1998–2002 | Wethouder van Wierden | |
| 2002–2007 | Burgemeester van Haren | |
| 2007–2016 | Burgemeester van De Bilt | |
| 2016–2023 | Burgemeester van Almelo | |
| 2023–heden | Commissaris van de Koning in Flevoland | |