12 januari 2022

Kinderen met acute myeloïde leukemie (AML) hebben een betere prognose dan jongvolwassenen. Het verschil in prognose is in recente jaren gegroeid, een signaal dat jongvolwassenen mogelijk minder baat hebben gehad bij verbeteringen in de behandeling van AML. Dit blijkt uit een nieuwe analyse van patiëntgegevens uit de periode tussen 1990 en 2015.

Bij veel soorten kanker is het zo dat kinderen onder de 18 jaar een betere overleving hebben dan jongvolwassenen tussen de 18 en 39 jaar. Voor acute myeloïde leukemie (AML), een vorm van bloedkanker die bij zowel kinderen als volwassenen voorkomt, was dit mogelijke verschil in overleving nog niet in de Nederlandse populatie onderzocht.

AYA’s
Bij onderzoek en behandeling voor kanker worden jongvolwassenen ook wel ‘AYA’s’ genoemd, een afkorting van het Engelse ‘Adolescents and Young Adults’. Onderzoekers weten nog niet precies waarom AYA’s een slechtere uitkomst hebben dan kinderen, en bij sommige kankersoorten dan oudere volwassenen. Mogelijk zijn er bijvoorbeeld verschillen in de ziektekenmerken, meer schadelijke bijwerkingen van de therapie, en latere diagnose en behandeling bij AYA’s.

Verbeteringen
In een nieuwe studie bestudeerde dr. Maya Schulpen, postdoc en epidemioloog in de Karim-Kos groep, overlevingscijfers van kinderen en AYA’s met AML op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie. In totaal analyseerde ze data van 675 kinderen en 1383 jongvolwassenen tot 40 jaar bij wie tussen 1990-2015 AML werd vastgesteld.

‘We zagen dat de prognose bij jonge mensen met AML in Nederland in de afgelopen jaren gelukkig sterk is verbeterd,’ vertelt Maya Schulpen. ‘Maar het bleek ook dat kinderen een duidelijk betere prognose hadden dan jongvolwassenen. Daarnaast was de toename in overleving groter bij kinderen.’

Belangrijke verschillen
Bij kinderen en AYA’s samen is de vijfjaarsoverleving na AML diagnose tussen 1990 en 2015 gestegen van 40% naar 62%. Maar er waren belangrijke verschillen tussen de twee leeftijdsgroepen. In de periode 1990-1999 overleefde 49% van de kinderen hun ziekte voor minstens vijf jaar. Dat aantal steeg naar 74% tussen 2010-2015. In diezelfde periode steeg de overleving bij jongvolwassenen slechts van 35% naar 55%. Uit de gegevens bleek ook een verhoogd risico op overlijden voor AYA’s, ongeacht hun geslacht, behandeling en of ze wel of niet in een academisch ziekenhuis werden behandeld.

De nieuwe cijfers werden op 13 december gepresenteerd op het internationale ASH congres, en zijn gepubliceerd in het vakblad International Journal of Cancer.

Effectiever
In vervolgonderzoek is de Karim-Kos groep van plan dieper in te gaan op de mogelijke oorzaken van het verschil in overleving tussen kinderen en AYA’s met AML. ‘Er kunnen verschillen in de kanker zelf meespelen, bijvoorbeeld andere moleculaire of genetische afwijkingen in de kwaadaardige leukemiecellen. Ook denken we dat bij AYA’s de diagnose minder snel wordt gesteld, waardoor de behandeling later wordt gestart.’ Daarnaast zou de lagere deelname van AYA’s aan klinische studies een reden kunnen zijn, waardoor positieve ontwikkelingen in de behandeling van AML deze groep minder snel bereiken. Maya Schulpen: ‘Hopelijk kunnen we met ons onderzoek uiteindelijk handvaten bieden voor een nieuwe, effectievere behandelstrategie voor jongeren met AML.’

Meer weten over deze studie? Dr. Maya Schulpen lichtte haar onderzoek nader toe in een podcast van het Nederlands Tijdschrift voor Hematologie.

Bron: Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie