30 juli 2020

De overlevingskans van kinderen met Acute Lymfatische Leukemie (ALL) is de laatste jaren gestegen tot 90 %. Volgens dr. Inge van der Sluis, kinderoncoloog van het Prinses Máxima Centrum, kan dat alleen beter worden door internationale samenwerking: ‘Omdat we streven naar 100 % overleving maken we deel uit van een belangrijke internationale studie naar ALL bij kinderen, genaamd ALLTogether1. Afgelopen week zijn wij als 2e centrum in Europa gestart.’ Het doel: de behandeling en overlevingskansen van kinderen met ALL verder verbeteren en de bijwerkingen verminderen.

Het ALLTogether1 protocol betreft de behandeling van kinderen met Acute Lymfatische Leukemie, De studie zal naar verwachting vijf jaar duren en wordt uitgevoerd in (kinder)oncologische centra van liefst 14 Europese landen.  Er zullen ongeveer 1400 kinderen per jaar deelnemen aan de studie, waarvan ruim 110 Nederlandse kinderen. Kinderoncologen/-onderzoekers in een groot deel van Europa volgen nu hetzelfde behandelprotocol. In dit protocol worden gerandomiseerde studies gedaan om verschillende behandelingen te vergelijken.

Internationale samenwerking
Tot nu toe kregen opvolgende ALL-protocollen als naam simpelweg een cijfer. Sinds 2014 wordt op het gebied van ALL samengewerkt in een nieuw internationaal consortium, en om die reden bedacht Rob Pieters, kinderoncoloog en lid raad van bestuur Prinses Máxima Centrum, een afwijkende naam All Together. Nederland heeft een belangrijke bijdrage geleverd en coördineert verschillende deelonderzoeken vanuit het Prinses Máxima Centrum. Op basis van uitgebreide analyses van de laatste behandelresultaten van alle deelnemende landen, maar ook van andere studies wereldwijd is het ALLTogether1 protocol stapsgewijs tot stand gekomen. Inge van der Sluis, hoofdonderzoeker namens het Máxima: ‘Dat vraagt veel tijd en openheid van alle experts op het gebied van leukemie bij kinderen.’

Merkbaar
Inge van der Sluis: ‘Wat onze kinderen concreet merken van deze studie? Zij krijgen de beste behandeling die er op dit moment mogelijk is, gebaseerd op de kennis en ervaring van vele landen. De behandeling wordt steeds meer maatwerk, aangepast aan de individuele patiënt. Zo worden kinderen ingedeeld in verschillende risicogroepen gebaseerd op genetische afwijkingen in de leukemiecellen en hoe goed ze op het begin van de therapie reageren. Vervolgens onderzoeken we bij kinderen die een heel hoge genezingskans hebben of we de therapie minder intensief kunnen maken en zo de bijwerkingen kunnen verminderen. Bij andere kinderen onderzoeken we of de genezingskans omhoog gaat door nieuwe vormen van immunotherapie en nieuwe chemotherapie middelen toe te voegen aan de twee jaar lange behandeling. De ene patiënt zal meer therapie nodig hebben, terwijl de andere juist met minder therapie ook kan genezen.’

Onderzoeksvragen
Naast de veranderingen in de therapie vinden er op de achtergrond vele andere onderzoeken plaats, bijvoorbeeld om de diagnostiek te verbeteren, preventie en behandeling van bijwerkingen, en meer basaal laboratorium onderzoek naar de onderliggende DNA afwijkingen van leukemiecellen. Door het bundelen van krachten zal er sneller antwoord op de belangrijke onderzoeksvragen komen. Alles voor het ultieme doel: de beste behandeling voor een hogere overleving met goede kwaliteit van leven voor de kinderen met ALL.

Voorbeelden in de studie
Bij de kinderen met een laag risico op een recidief onderzoeken we of chemotherapie middelen die op lange termijn het hart kunnen beschadigen, verminderd kunnen worden. Bij de kinderen met een hoog risico op een recidief wordt de behandeling juist geïntensiveerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van nieuwe vormen van immunotherapie waarbij antilichamen tegen leukemiecellen en de eigen afweercellen van het kind worden ingezet tegen de leukemie. Ook worden bij sommige kinderen medicijnen toegevoegd die gericht zijn tegen bepaalde eiwitten of afwijkingen van de leukemiecellen. Deze medicijnen zijn recent al onderzocht bij patiënten die de leukemie terugkregen, maar willen wij nu toepassen bij eerste diagnose om zo al eerder meer kinderen te kunnen genezen. Naast de nieuwe medicijnen, worden de gebruikelijke medicijnen beter gevolgd door bijvoorbeeld bloedspiegels hiervan te meten.

Inge van der Sluis, kinderoncoloog en hoofdonderzoeker:
‘We zijn trots op deze bijzondere en grootschalige samenwerking en op het ALL behandelprotocol zelf! Wij verwachten de komende tijd met kinderoncologen, onderzoekers, (research)verpleegkundigen maar ook medewerkers van de laboratoria en het Trial en Data centrum, vanuit onze expertise veel te kunnen bijdragen aan de studie.’

Josef Vormoor, kinderhematoloog en clinical director:
‘Ik ben gewend om eindresultaten te communiceren, maar dit is goede berichtgeving. De opening van deze belangrijke studie per 7 juli is zeker een heel belangrijke mijlpaal! Het is een unieke samenwerking met heel veel landen om de behandeling van ALL bij kinderen te verbeteren.’

Rob Pieters, kinderoncoloog, voorzitter van de ALL groep (en lid raad van bestuur):
‘We hebben de laatste paar jaar intensief samengewerkt met een aantal andere landen om de nieuwe behandeling te ontwikkelen. Nu is er het: ALLTogether1. Ik ben trots dat wij niet alleen als naamgever van deze studie maar ook als een van de grondleggers nu kunnen starten met deze behandeling en onderzoeken. Met zoveel internationale instituten samenwerken op het gebied van ALL.… daar past maar één geschikte naam bij!’

Bron: Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie