12 juni 2019

Een breed nationaal consortium onder leiding van de Universiteit Utrecht krijgt 5 miljoen euro om de bodemdaling in Nederland te onderzoeken. Het blijven zakken van het maaiveld en de ondergrond heeft grote maatschappelijke gevolgen en economische impact. Uiteenlopende disciplines als fysische geografie, satellietgeodesie, biologie, bodemchemie, agro-economie, civiele techniek, milieubeleidswetenschappenen rechtsgeleerdheid slaan nu de handen ineen om Nederland toekomstbestendig te maken.

Wereldwijd wonen ruim 500 miljoen mensen in rivierdelta’s. Deze gebieden met hun vaak slappe ondergrond worden steeds intensiever gebruikt en steeds dichter bevolkt. Door grondwaterwinning, zware bebouwing en waterpeilverlagingen voor landbouw en steden klinkt de bodem in, met schade aan gewassen, bebouwing en infrastructuur als gevolg. Lage grondwaterstanden door waterpeilverlagingen die leiden tot bodemdaling, kunnen ook bijdragen aan een warmer wordend klimaat door de omzetting van drooggevallen veen in broeikasgassen. Tenslotte is een wegzakkend land onder een stijgende zeespiegel steeds moeilijker droog te houden. Ook in de dichtbevolkte Nederlandse rivierdelta zijn de effecten van bodemdaling duidelijk zichtbaar. Willen we onze delta leefbaar houden, dan is dus een grondige aanpak nodig.

In de volle breedte

Een groot onderzoeksteam heeft nu 5 miljoen euro gekregen om in de volle breedte te onderzoeken hoe Nederland het beste met de bodemdaling kan omgaan. Bewoners, bedrijven, gemeenten en waterschappen krijgen daarmee handelingsperspectieven. Het overkoepelende doel van het programma is het integreren van het onderzoek naar fundamentele oorzaken met dat naar beleidsbeslissingen. Bodemdaling heeft namelijk meerdere oorzaken, die samen de totale daling verklaren. Het uiteindelijke effect van al die oorzaken is van plek tot plek verschillend, evenals de beste aanpak van bodemdaling. De grote vraag is hoe we onze huidige omgang met bodemdaling kunnen ombuigen als de schade te groot wordt. Voor een antwoord op die vraag moeten de oorzaken op onderbouwde wijze kunnen worden uitgesplitst.

Van data naar beleid

“Om dat allemaal te kunnen bereiken willen we allereerst kunnen beschikken over nauwkeuriger gegevens”, licht dr. Esther Stouthamer, fysisch geograaf, initiatiefnemer en leider van het project toe. “We gaan die gegevens samenbrengen uit verschillende bronnen, en dan op meerdere manieren bepalen hoe snel de Nederlandse bodem zakt. Door bodemdalingsmetingen met satellieten te combineren met grondmetingen op proefvelden en met 3D-kaarten van de opbouw van de ondergrond, kunnen we met computermodellen voor het hele land de oorzaken voor bodemdaling analyseren. Dat is nodig om per locatie uit te splitsen wat de precieze oorzaken zijn – natuurlijke en die door menselijk handelen – en welke combinaties nu tot snelle en langdurige bodemdaling leiden. Met dezelfde computermodellen zullen we ook voorspellen hoeveel de bodem in de toekomst gaat dalen, en wat daarvan de kosten dan gaan worden. Dit doen we voor meerdere toekomstscenario’s, met en zonder veranderingen in landgebruik en waterbeheer. Dit vormt een basis voor nieuw te vormen beleid, en voor het bedenken van nieuwe oplossingen om er als maatschappij mee om te gaan.”

Transdisciplinair karakter

Het transdisciplinaire karakter van dit onderzoeksprogramma vraagt om intensieve samenwerking tussen maatschappelijke partners en kennisinstellingen. Naast de Universiteit Utrecht zijn TU Delft en Wageningen University & Research universitaire initiatiefnemers. Zij dekken de fundamentele kennisbasis op het gebied van de satellietgeodesie en civiele techniek (TU Delft), ruimtelijke kosten-batenanalyse en bodemfysische en -biochemische processen (WUR) en fysische geografie, biologie, ruimtelijk beleid en juridische aspecten (Universiteit Utrecht). Verdere initiatiefnemers zijn de kennisinstituten Deltares Research Institute, TNO Geologische Dienst van Nederland en Wageningen Environmental Research. Zij spelen een belangrijke rol bij het beheer van landelijke gegevens, advisering van overheden en praktijktoepassing van bodemdalingskennis. Ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen vertegenwoordigen de maatschappelijke partners in het programma. Verdere stakeholders zijn onder andere het bedrijfsleven, zoals ingenieurs- en adviesbureaus.

Bodemdaling staat als probleem reeds hoog op de ambtelijke en uitvoerende agenda’s. Daaraan is nu een weten­schap­pelijk onderzoeksprogramma toegevoegd. Het programma zal gebruik maken van door stakeholders aangereikte casussen, zowel in onderdelen die oorzaken analyseren als in de onderdelen die oplossingen verkennen en innoveren. Dit is ook de manier waarop het onderzoek zich richt op reeds geïdentificeerde probleemgebieden.

Dr. Esther Stouthamer van de Universiteit Utrecht leidt het consortium. Aan het programma dragen de faculteiten GeowetenschappenBètawetenschappen en Recht, Economie, Bestuur en Organisatie bij.

De omvang van het project is 5,0 miljoen euro. Ruim 4,3 miljoen euro daarvan is afkomstig uit fondsen van de Nationale Wetenschapsagenda. De niet-universitaire consortiumpartners tekenden voor het resterende bedrag. Het gehonoreerde onderzoek valt onder het universiteitsbrede thema Pathways to Sustainability, binnen de hub Water, Climate & Future Deltas.

Bron: Universiteit Utrecht